13 mrt, 2015

Author:

no comments

De koffieplant.

De koffieplant groeit in een warm en vochtig klimaat. Daarmee zijn de landen op en rond de evenaar de ideale gebieden voor het laten groeien van koffie.

De top 10 van koffieproducerende landen is:
1. Brazilië
2. Colombia
 3. Vietnam
 4. Indonesië
 5. Ivoorkust
 6. Mexico
 7. Guatemala
 8. India
 9. Oeganda
 10. Ethiopië.

De kwaliteit van de koffie wordt beinvloed door zowel natuurlijke als menselijke factoren. In de natuur zijn factoren als klimaat, regen, droogte, bodemsamenstelling en ligging van belang, de mens heeft zijn invloed door de manier van planten, het bewerken en de opslag van de koffie.

Het duurt gemiddeld 7 jaar voordat een koffieplant zijn maximale productie heeft bereikt. Koffie is een gevoelige plant die constante aandacht vereist. Een regelmatige rijping van de koffiebessen is essentieel om een goede kwaliteit koffie te verkrijgen. Een complete cyclus duurt ongeveer 8 tot 9 maanden.

De koffie kan worden geoogst zodra de bessen rijp (rood) zijn. Het plukken van de koffie kan op verschillende manieren:
- selectief: alleen de rijpe bessen worden met de hand geplukt: zeer arbeidsintensief
- grof: rijp en onrijp worden in één keer door elkaar heen geplukt, handmatig of indien mogelijk ook wel machinaal. Machinaal plukken is alleen mogelijk op vlak terrein, een selectieve pluk garandeert een regelmatige kwaliteit van de koffie. Na het plukken kan de koffie op twee manieren verder worden bewerkt: droog of nat.

Droge methode

De droge methode wordt voor zowel Arabica als Robusta bonen gebruikt en verloopt als volgt:
 de koffiebessen worden te drogen gelegd in de zon. De warmte zorgt ervoor dat alle suikers en sappen van het vruchtvlees in de koffieboontjes dringen (het gistings/ fermentatieproces), Wanneer de koffieboontjes voldoende zijn gedroogd en gegist wordt met behulp van grote pelmachines de bes van de koffieboon gescheiden;
de groene koffiebonen worden na keuring verscheept naar koffieconsumerende landen.

Natte methode

Deze methode wordt voor Arabica gebruikt en verloopt als volgt:
 de koffiebessen worden met behulp van een pulpmachine en water van een deel van de bes ontdaan. Om de boon heen blijft een ‘gelatine-achtig’ laagje achter. De bonen gaan nu in een fermentatietank waar het gistingsproces plaatsvindt. De koffie wordt daarna uitvoerig gewassen om alle resten van het vruchtvlees van de bes definitief te verwijderen. De koffieboontjes worden gedroogd en na keuring worden ze verscheept naar de koffieconsumerende landen

Omdat methode 2 veel arbeidsintensiever is en men over vers water en voldoende middelen moet beschikken, gebruikt men deze methode alleen bij die koffie waar het wassen een kwaliteitsverbetering oplevert en de koffie meer waard wordt.

Melangeren

Groene koffiebonen komen in jute zakken binnen. Vanuit de aankomsthal wordt de ruwe koffie getransporteerd naar silo’s. De silo’s (15 stuks) bevatten allerlei verschillende soorten bonen. Uit diverse silo’s wordt 100 kilo van diverse kwaliteiten koffie bij elkaar gemengd volgens de receptuur van een vooraf bepaalde melange.

Branden

Op dat moment is al bekend hoe de koffie uiteindelijk gezet wordt. Koffie die gebruikt gaat worden in een fresh brew systeem wordt anders gebrand dan koffie voor een espresso systeem. De samengestelde melanges worden vervolgens gebrand op een vooraf bepaalde kleur, temperatuur en brandtijd. Afhankelijk van de wens van de afnemer worden de bonen als bonen of als gemalen koffie verpakt.

Verpakken

Als de koffie gebrand is wordt deze zo snel mogelijk verpakt om de aroma’s te behouden. Gemalen koffie die vacuüm verpakt moet worden kan echter niet direct gemalen en vacuüm verpakt worden. Direct na het branden komt er gas vrij uit de koffie. Deze gassen moeten eerst ‘vervliegen’. Als dit niet gebeurt, dan zetten de pakken uit of barsten ze  open. De koffie moet eerst een aantal uren rusten. Koffie die ongemalen de fabriek verlaat wordt doorgaans zo snel mogelijk na het branden verpakt in koffiezakken die voorzien zijn van een ontgassingsventiel. Dit zorgt ervoor dat de gassen welke worden opgebouwd kunnen ontsnappen en dat er tegelijkertijd geen zuurstof bij de koffie kan komen.