14 jan, 2015

Author:

no comments

Thee

Na water, is thee de meest gedronken drank ter wereld, een natuurlijk product dat al eeuwenlang wordt gedronken. Ieder kopje thee dat geurend voor je staat heeft zijn eigen geschiedenis, kracht en smaak. Er kunnen verschillende eigenschappen worden toegeschreven aan thee, maar bovenal is thee erg lekker.

In de warenwet is thee gedefinieerd als ‘ de waar bestaande uit de bladknoppen, jonge bladeren, bladstengels en jonge stengeldelen van variëteiten van de soort Camellia Sinensis. De afgelopen jaren is de theeconsumptie fors gestegen en thee krijgt de laatste tijd meer aandacht in de maatschappij. Mensen leven steeds bewuster en de invloed van thee op onze gezondheid heeft dan ook de interesse van consumenten. Bevat groene thee cafeïne of theïne? En bevat thee eigenlijk calorieën? En hoe zit het met kruidenthee?

Thee is een drank met een lange en rijke geschiedenis, een drank die al eeuwenlang overal ter wereld, wordt gedronken. Over de ontdekking van thee doen verschillende verhalen de ronde. In China, Japan en India zijn in oude geschriften over de geschiedenis van het land verhalen gevonden die ons iets vertellen over het begin van de theeconsumptie.

In China gaan de eerste verhalen waarin thee wordt genoemd terug tot ongeveer 2700 jaar voor Christus, de tijd waarin keizer Shen Nung over China heerste. Het verhaal vertelt dat de keizer min of meer per ongeluk de thee ontdekt zou hebben op een van zijn reizen door het Chinese Rijk. Tijdens een rustpauze kookte hij zijn drinkwater onder een struik. Enkele blaadjes waaiden van de struik in het water. Een heerlijke geur verspreidde zich en de keizer nam nieuwsgierig een slokje van het toevallig gebrouwen drankje. Dat bleek niet alleen heerlijk te smaken, maar ook een opwekkende en verfrissende uitwerking te hebben. De keizer was zo enthousiast over de nieuwe drank dat hij de plant ging telen. Het oeroude woord in China voor thee was “tu”, later “chia” of ook “ sche”. Woorden waarmee de ons bekende woorden voor thee als: “ tea”, “te”, “the”,”tee” etymologisch verbonden zijn.

Een andere legende uit China gaat over Bodhirdharma, ook wel bekend onder de naam Daruma of Darma. Hij was een boeddhistische monnik die zich had voorgenomen zeven jaar onafgebroken te mediteren. Het was echter niet gemakkelijk om de slaap te weren. Vooral in het vijfde jaar van zijn meditatie had Bodhirdharma het erg moeilijk. Voorzichtig plukte hij toen enkele jonge blaadjes van een struik en kauwde erop. En, tot zijn grote verbazing, bleek dat die blaadjes zo’n opwekkende uitwerking hadden dat hij de zeven jaar van toewijding aan Boeddha kon volmaken.

De Japanse versie van deze legende is veel gruwelijker. Ook in Japan speelt de monnik Bodhirdharma de hoofdrol. Door slaap overmand slaagde hij er niet in zeven jaar van zijn leven onafgebroken aan Boeddha te wijden. Uit schaamte sneed hij toen zijn oogleden af en gooide deze weg. Op de plaats waar ze neer kwamen groeide een schitterende bloeiende struik, de theestruik. Door te kauwen op de blaadjes ervan, was Bodhirdharma in staat wakker te blijven en zijn taak te volbrengen.

Het is de vraag of deze legenden op waarheid berusten, maar ze geven in ieder geval de verbondenheid van de oosterse cultuur met thee aan. De oorsprong van het theedrinken ligt in China, maar de grote symbolische waarde ervan is in Japan veel meer bewaard gebleven. Nog steeds worden theeceremonies daar gezien als een vorm van meditatie met een sterk religieuze verbondenheid. Het doel ervan is de geest tot rust te brengen om zodoende harmonie in zichzelf te scheppen.

Thee in Europa

Volgens verschillende verhalen was Marco Polo in de dertiende eeuw de eerste die thee heeft meegenomen naar Europa, maar zeker is dit niet. Gezien zijn connecties met de Chinese top betrof dit waarschijnlijk theebriketten, een soort theetegel met veelal reliëf erin. Tot 1595 waren het voornamelijk Portugezen die handel dreven met het Verre Oosten. De Nederlanders transporteerden alle goederen vanuit Lissabon in noordelijke richting om te verhandelen in de Noord-Europese landen. In dat jaar sloot Portugal de havens voor de Nederlanders en moesten deze de handel met het Verre Oosten zelf in de hand nemen.

Thee in Nederland

In 1602 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht om de Nederlandse handelsbetrekkingen met het Verre Oosten te regelen. Pas in het jaar 1610 voerde een Nederlands zeilschip de eerste lading thee aan en maakte men in Europa kennis met deze drank. Thee was geen zware lading. Daarom moest er ballast worden meegevoerd, die reukloos was om het aroma van de thee niet te bederven. Ideaal hiervoor was serviesgoed van porselein. Pas veel later werd porselein een gewild goed voor de ceremonie van het theezetten. De aanvoer van thee bleef lange tijd beperkt, omdat de reizen lang duurden. Soms waren de schepen meer dan een jaar onderweg. Dat had tot gevolg dat thee een zeer kostbaar product was. Er werd soms wel zeshonderd gulden voor een kilogram thee neergeteld, wat een enorm bedrag was in die tijd! Thee was dan ook lange tijd een drank die alleen door de rijken werd gedronken bij voorkeur in een theekoepeltje, behorend bij het landhuis, zoals onder andere langs de rivier de Vecht

Daar de Hollanders eeuwenlang tot de belangrijkste zeevaarders op de theeproducerende landen behoorden, werd Nederland in de 17e eeuw het land waar zich de handel in thee concentreerde. Nederland werd het ‘theeland’ van Europa. Halverwege de achttiende eeuw werd thee goedkoper en betaalbaar voor het hele volk. Het drinken van thee nam dan ook een grote vlucht en thee werd een geliefde drank onder alle lagen van de bevolking. Alleen Engeland wist Nederland te overtreffen, want in dat land heeft thee zich tot een nationale drank verheven.

Thee in Engeland

De Engelsen zijn door de Hollanders aan de thee gebracht. Met schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie werd in 1660 een aantal kistjes thee aan wal gebracht. Langzaam, maar blijvend, veroverde de thee Engeland. De thee werd aanvankelijk gedronken in de pas opgekomen koffiehuizen, waar uitsluitend mannen kwamen. Toen de nieuwsgierigheid eraf was, vond de thee zijn weg pas naar de huiskamer. ‘Tea at every opportunity’ (thee bij iedere gelegenheid), is de traditie in het Engeland van de negentiende eeuw. Het eerste kopje thee wordt ’s ochtends al in bed gedronken, het tweede bij het ontbijt en zo gaat dat de hele dag door. De Engelsen kunnen gewoonweg niet zonder thee. En hoewel de koffieconsumptie de afgelopen jaren fors is toegenomen, lopen de Engelsen nog altijd warm voor ‘a good cuppa’(een lekker kopje thee)

Thee in Frankrijk

Ook de Fransen leerden thee door de Nederlanders kennen, Louis XIV was een van de eerste liefhebbers van thee. Hij had gehoord dat zowel de Chinezen als de Japanners niet aan jicht en hartaanvallen leden, omdat ze thee dronken. Zijn schoonzuster, Liselotte van Pfalz, vond echter dat thee naar hooi en koeienpoep smaakte en verkondigde dit ook aan al haar vriendinnen. Thee werd moeizaam geaccepteerd in Frankrijk. Het moest concurreren met kruidenthee dat veel op het platteland werd gedronken en opboksen tegen de voorkeur van veel Fransen voor koffie. Ook werd thee door diverse medici als ongezond bestempeld, terwijl veel trouwe aanhangers hun thee verdedigden en dweepten met de heilzame effecten.

Thee in Duitsland

Eind zeventiende eeuw verschijnt thee (Herbea tea) voor het eerst in Duitsland op de prijslijsten van een aantal apotheken. De belangrijkste promotor was ongetwijfeld de Nederlandse dokter Bontekoe (Cornelius Dekker uit Alkmaar die veel schreef en publiceerde over het alles genezende effect van thee). Hij claimde zelfs dat thee ‘nieuw leven en nieuwe kracht geeft aan iedereen die aan het eind van zijn Latijn is, ook als hij al met een voet in het graf staat’. Zelf heeft dokter Bontekoe dit nooit kunnen bewijzen, omdat hij op zijn achtendertigste dodelijk van de trap viel. De toenemende geruchten, dat hij voor zijn theepropaganda zou zijn omgekocht door de Nederlandse VOC kon hij door zijn dood niet meer weerleggen.

Het ontstaan van het theezakje is een verhaal apart. In 1904 ging de Amerikaanse theehandelaar Thomas Sullivan over tot het verzenden van theemonsters in zijden zakjes. Zijn klanten vonden deze zakjes zo handig en aantrekkelijk dat ze deze bij het zetten van thee niet verwijderden. Dat was het begin van het in gebruik raken van het theezakje. Aanvankelijk ontwikkelde de theezakjesmentaliteit zich zeer langzaam. Toen deze echter eenmaal op gang kwam, ging het snel. Werden de theezakjes eerst nog van zijde of katoen en met de hand gemaakt, via geperforeerde cellofaanzakjes ging men tenslotte over op de machinaal vervaardigde theezakjes van neutraal (reuk- en smaakloos) filterpapier. Tegenwoordig wordt ook wel nylon gebruikt voor de vervaardiging van wat luxere theezakjes.

Botanische aspecten

Thee is een groenblijvende plant, die tot de Theaceae familie behoort. Binnen deze familie is ‘Camellia’ het meest bekende geslacht. Binnen dit geslacht worden twee hoofdsoorten onderscheiden, die de bladeren voor thee leveren: de Camellia Sinensis Sinensis en de Camellia Sinensis Assamica. De Camellia Sinensis, ook wel Chinese thee genoemd, is een struik die een maximale hoogte van drie a vier meter kan bereiken. De Camellia Assamica kan zonder snoeien uitgroeien tot een boom van ongeveer twintig meter hoogte. Om het plukken te vergemakkelijken, worden beide soorten gesnoeid tot een hoogte van ongeveer een meter twintig. De ervaring heeft geleerd dat Assamica geschikter is voor warme gebieden. Deze plant komt voor in landen met een tropisch en subtropisch klimaat en de bladeren variëren van 5-10 cm. De Sinensis komt voor in gematigde zones, is bestand tegen lage temperaturen en heeft bladeren die ongeveer 4-8 cm lang zijn. De Camellia Assamica is de sterkste soort omdat deze ook hogere temperaturen kan verdragen en daarom de meest voorkomende theesoort geworden is.

De bladeren van beide soorten zijn donkergroen van kleur, hebben een korte stengel en zijn sterk geaderd. Ze zijn leerachtig, glanzend en aan de rand getand. De bladeren zitten om en om aan de tak en verspreiden geen geur. De jonge blaadjes zijn voornamelijk aan de onderzijde behaard as een perzik en krijgen daardoor een zilverkleurige, zijdeachtige glans. De bloesem van de theeplant is wit-roze van kleur en verspreidt een jasmijnachtige geur. De vruchten van de theeplant lijken op hazelnoten en bestaan uit bruine, houtachtige driedelige capsules, waarin zich een tot drie zaadjes bevinden. De theeplant bezit een lange pinwortel, die soms tot zo’n drie meter diep de bodem indringt. De theeplant heeft veel regen nodig, minstens 1500 mm per jaar.